ECLI:NL:RVS:2011:BU3499
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring wegens ongewenstverklaring en ontwijking terugkeer
De vreemdeling werd op 17 juni 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van het ontbreken van identiteitspapieren, geen vaste woonplaats, onvoldoende middelen en een ongewenstverklaring. De rechtbank had op 7 juli 2011 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven, met toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat de maatregel gerechtvaardigd was omdat de vreemdeling de voorbereiding van zijn terugkeer of verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert, conform richtlijn 2008/115/EG. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht kon wijzen op een signalering als ongewenst vreemdeling omdat de vreemdeling zich aan toezicht onttrok.
Verder bleek uit het dossier dat de vreemdeling niet over voldoende middelen beschikte en niet wilde terugkeren naar zijn land van herkomst, maar naar België vertrok om opnieuw asiel aan te vragen. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring gehandhaafd.