ECLI:NL:RVS:2011:BU3721
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.W.L. Loeb
- M.R. Poot
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen schadevergoeding vóór Vreemdelingenwet 2000
Bij besluit van 31 augustus 2010 wees de minister een verzoek van appellant om schadevergoeding af. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzitter behandelde het verzoek op 27 oktober 2011.
De Raad overwoog dat het schadeveroorzakend handelen plaatsvond vóór de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 op 1 april 2001. Op grond van artikel 120 van Pro deze wet is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet bevoegd om kennis te nemen van hoger beroep tegen uitspraken over besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze wet.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om het hoger beroep te behandelen en wees zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.