Uitspraak
200303254/1) is het moment waarop op het verzoek om vrijstelling wordt beslist bepalend voor de vraag of de termijn van tien jaren als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de WRO is verstreken. Naar aanleiding van de tussenuitspraak van 31 augustus 2010 is voor het eerst omtrent vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WRO beslist op 21 oktober 2010. Nu het bestemmingsplan, gelet op artikel 56b, eerste lid, van de WRO, zoals deze bepaling luidde ten tijde van het besluit omtrent goedkeuring van het bestemmingsplan, eerst in werking is getreden na de uitspraak van de voorzitter van de Afdeling van 11 januari 2001 in zaak nr. 200002907/2, heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat het college, vanwege het verstrijken van de in artikel 19, vierde lid, van de WRO bedoelde termijn, onbevoegd was om te beslissen omtrent een verzoek om vrijstelling als bedoeld in het eerste lid van dat artikel.