ECLI:NL:RVS:2011:BU4104
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en uitzetting
De vreemdeling werd op 23 augustus 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde op 6 september 2011 dat de maatregel onrechtmatig was omdat de presentatie bij de Afghaanse autoriteiten pas op 25 november 2011 kon plaatsvinden, waardoor geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn zou bestaan. De rechtbank hevelde de bewaring op en kende schadevergoeding toe.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat de presentatiedatum afhankelijk is van de Afghaanse autoriteiten en dat de vreemdeling niet aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan. De Raad van State oordeelde dat de wachttijd en afhankelijkheid van de Afghaanse autoriteiten de maatregel niet onrechtmatig maken en dat de vreemdeling zelf verantwoordelijk is voor het afwachten van de presentatie.
Verder stelde de vreemdeling dat een minder ingrijpende maatregel dan bewaring mogelijk was, maar de Raad van State vond dat de minister terecht heeft gekozen voor bewaring gezien het niet naleven van vertrektermijn en het vermijden van terugkeer. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.