Uitspraak
201004049/1/H3) overwogen dat de hoofdbewaarder in deze slechts een lijdelijke rol heeft. Het behoort niet tot zijn taak om te controleren of te beoordelen of, in dit geval het vonnis, inhoudelijk juist is.
Raad van State
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een bijwerking van de kadastrale registratie waarbij zijn aandeel in een perceel op 1/1 werd gesteld. De hoofdbewaarder heeft dit besluit herroepen na bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Brunssum. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de hoofdbewaarder een lijdelijke rol heeft en niet inhoudelijk hoeft te beoordelen of het vonnis dat aan de registratie ten grondslag ligt juist is. Het vonnis betrof uitsluitend perceel [2] en niet perceel [3], zoals appellant stelde. De hoofdbewaarder heeft daarom terecht de kadastrale registratie aangepast en het aandeel van appellant in perceel [3] op naam van de gemeente Brunssum gesteld.
Verder is geoordeeld dat de hoofdbewaarder mocht afzien van het horen van appellant bij het bezwaar omdat het bezwaar volledig werd gehonoreerd en andere belanghebbenden daardoor niet werden geschaad. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.