Uitspraak
200604781/1heeft de Afdeling het daartegen door de raad ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van 16 mei 2006 vernietigd en de zaak naar de rechtbank teruggewezen.
Raad van State
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vergoeding van planschade door de raad van de gemeente Westland. Het verzoek betrof waardevermindering van zijn woning door de aanleg van de provinciale weg N211, die volgens appellant leidde tot een grotere geluidsbelasting.
De raad had het verzoek afgewezen op advies van de Stichting Advisering Onroerende Zaken (SAOZ), die oordeelde dat de realisering van de N211 niet tot een planologisch nadeliger situatie leidde. De verkeersintensiteit op de nabijgelegen Heulweg zou juist afnemen, en de N211 zou onder het maaiveld liggen met een geluidswal ter plaatse.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de hogere verkeersintensiteit en geluidsbelasting geheel of overwegend door het bestemmingsplan zijn veroorzaakt. Toename kan ook andere oorzaken hebben die destijds niet waren te voorzien.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bevestigt daarmee het eerdere oordeel en wijst het verzoek van appellant af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van planschade wordt afgewezen.