ECLI:NL:RVS:2011:BU5383
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- N.D.T. Pieters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen dwangsom permanente bewoning woning
Het college van burgemeester en wethouders van Epe heeft bij besluit van 23 november 2009 aan verzoeker een dwangsom opgelegd om de permanente bewoning van een woning te beëindigen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 15 maart 2010 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzitter behandelde het verzoek om schorsing van het besluit van 15 maart 2010, waarbij verzoeker betoogde dat niet binnen de gestelde begunstigingstermijn aan de last kon worden voldaan. De voorzitter oordeelde dat het college de termijn van twee jaar gemotiveerd had vastgesteld en dat de rechtbank niet had miskend dat deze termijn redelijk was, ook gelet op de onmogelijkheid om de woning te verkopen. De begunstigingstermijn hoeft immers niet langer te zijn dan nodig is om de overtreding op te heffen, en verkoop was niet noodzakelijk.
Omdat verzoeker geen andere gronden aanvoerde, bestond geen aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd. De voorzitter wees het verzoek af en bevestigde daarmee de geldigheid van het dwangsombesluit zolang de bodemprocedure loopt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het dwangsombesluit wordt afgewezen.