Uitspraak
201004060/1/V6) bevat artikel 5:20 van Pro de Awb, gelet op de bewoordingen en de geschiedenis van de totstandkoming van dit artikel, slechts een inspanningsverplichting voor de werkgever, die ziet op het verstrekken van inlichtingen teneinde alsnog de identiteit van de werkende te kunnen vaststellen. De beantwoording van de vraag of is voldaan aan de vordering op grond van artikel 5:20, eerste lid, van de Awb, dient te worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de vordering.
201104225/1/V6is overwogen dat [bedrijf] niet heeft voldaan aan de op haar rustende inspanningsverplichting om medewerking te verlenen om de ware identiteit van '[persoon]' vast te stellen en dat de minister zich reeds daarom terecht op het standpunt gesteld dat de overtreding van artikel 5:20 van Pro de Awb, [bedrijf] volledig is te verwijten. Zelfs als aan [wederpartij] niet dezelfde eisen met betrekking tot de inspanningsverplichting kunnen worden gesteld als aan [bedrijf], heeft de minister, nu [wederpartij] zelf geen enkele inspanning heeft verricht en ook niet bij [bedrijf] erop heeft aangedrongen meer stappen te ondernemen dan zij heeft gedaan, zich ook ten aanzien van [wederpartij] terecht op het standpunt gesteld dat de overtreding haar volledig verwijtbaar is.