Uitspraak
200804453/1) mag een bestuursorgaan, in dit geval het CBR, in beginsel uitgaan van de juistheid van een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Dit geldt evenzeer voor de rechter, tenzij tegenbewijs noopt tot afwijking van dit standpunt. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ten aanzien van de door de verbalisanten ter zitting van de kantonrechter afgelegde verklaringen kan geen grondslag zijn voor het oordeel dat de met behulp van de lasergun geconstateerde snelheidsovertreding zoals opgetekend in de processen-verbaal, niet door [appellant] zou zijn begaan. [appellant] heeft immers nagelaten deze verklaringen in deze procedure over te leggen, waardoor deze niet tot de dossierstukken in dit geding behoren. Uit de door [appellant] overgelegde foto's blijkt voorts niet waar de verbalisant heeft gestaan op het moment dat hij met de lasergun de snelheidsovertreding registreerde, zodat daarin evenmin aanleiding is gelegen te twijfelen aan de juistheid van de in de processen-verbaal van 28 en 30 december 2009 opgenomen informatie ten aanzien van de afstand tot de rijlijn. Met de enkele stelling dat hij in een colonne reed heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij de geconstateerde snelheidsovertreding niet heeft begaan. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat in het proces-verbaal van 29 december 2009 staat dat de verbalisant [appellant] daadwerkelijk heeft zien rijden. Daarnaast staat in een proces-verbaal van 28 december 2009 een precieze omschrijving van het voertuig van [appellant] en staat voorts opgetekend dat de verbalisant die [appellant] staande heeft gehouden, had gehoord dat met dat voertuig een snelheidsovertreding was begaan. Gelet hierop kan het betoog van [appellant] dat de verbalisant slechts merk en kleur had gehoord en daarom niet vaststaat dat hij de overtreding had gepleegd, niet slagen. Verder staat op een proces-verbaal van 28 december 2009 dat de ijking van de lasergun geldig was tot 4 mei 2010. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze informatie niet juist is. Hetgeen [appellant] heeft betoogd ten aanzien van de bonnenquota is ten slotte onvoldoende om te oordelen dat het CBR haar besluit van 8 juli 2010 niet had mogen baseren op de processen-verbaal.