ECLI:NL:RVS:2011:BU6116
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling niet onrechtmatig in bewaring gesteld wegens medewerking aan terugkeer via IOM
De vreemdeling werd op 8 september 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vreemdeling sinds juli 2011 concrete stappen had ondernomen om via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) terug te keren naar Irak en dat hij daadwerkelijk medewerking verleende aan deze organisatie. Hierdoor was geen sprake van ontwijking of belemmering van de terugkeerprocedure.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de vreemdeling zich niet aan de vertrekplicht had gehouden en dat dit de maatregel van bewaring rechtvaardigde. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en een vergoeding toegekend over de periode van bewaring. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring werd vernietigd omdat de vreemdeling aantoonbaar meewerkte aan zijn terugkeer via de IOM.