Uitspraak
200606554/1) is voldoende voor de vergunningplicht dat de constructie op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect steun vindt op de grond en een plaatsgebonden karakter heeft. Nu onder de stacaravan een muurtje is gemetseld, de wielen van de grond zijn, de stacaravan rust op het frame en reeds sinds 2000 op het perceel is geplaatst en nimmer is verplaatst, is aan deze voorwaarden voldaan. Dat de stacaravan verplaatst zou kunnen worden doet, anders dan [appellant sub 1] betoogt, aan de vergunningplicht niet af. De stacaravan valt voorts niet onder de wettelijke uitzondering op de bouwvergunningplicht voor bouwwerken als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Woningwet. De stacaravan is, anders dan [appellant sub 1] betoogt, niet geplaatst in overeenstemming met het bestemmingsplan, nu het perceel op de plankaart niet is aangeduid als bestemd voor een stacaravan. De voorzieningenrechter heeft voorts terecht overwogen dat uit het plaatsgebonden karakter van de stacaravan volgt dat deze niet kan worden aangemerkt als kampeermiddel in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wor, zodat ook geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de stacaravan in overeenstemming met de Wor zou zijn geplaatst en om die reden niet bouwvergunningplichtig zou zijn.