ECLI:NL:RVS:2011:BU6312
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.J.R. Hazen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek om vergoeding van planschade na wijziging bestemmingsplan in Borgercompagnie
Appellanten zijn sinds 1995 eigenaar van een perceel in Borgercompagnie dat onder het oude bestemmingsplan was bestemd voor groenvoorzieningen. In 2004 is een nieuw bestemmingsplan vastgesteld dat de aanleg van een golfterrein mogelijk maakte en het perceel positief bestemde voor woondoeleinden met verruimde bebouwingsmogelijkheden.
Appellanten verzochten in 2008 om vergoeding van planschade, stellende dat de waarde van hun perceel was verminderd door het nieuwe bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders wees dit verzoek af, mede op advies van het Kenniscentrum dat stelde dat het nadeel van de toegenomen gebruiksintensiteit werd gecompenseerd door het voordeel van de positieve woonbestemming en verruimde bebouwingsmogelijkheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de verruiming van de bebouwingsmogelijkheden een relevant planologisch voordeel vormt, ongeacht het feit of appellanten hiervan gebruik wensen te maken. Tevens was het verzoek beperkt tot schade door het nieuwe bestemmingsplan, zodat andere wijzigingen niet in aanmerking kwamen.
De Raad van State concludeerde dat appellanten niet in een nadeliger positie zijn gekomen en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van planschade wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.