Uitspraak
201104879/2/R2omtrent het treffen van een voorlopige voorziening in het onderhavige geding. Anders dan [appellanten], is de Afdeling van oordeel dat de raad aannemelijk heeft gemaakt dat de positie van het bouwvlak voor [locatie 1] in het vorige plan op een omissie berustte. De Afdeling acht verder het standpunt van de raad dat de Tielsestraat beter wordt begeleid door een meer naar voren gelegen positie van het bouwvlak niet onredelijk. Anders dan [appellanten] stellen, liggen voorts aan de situering van het bouwvlak en de maatvoering van de woning ruimtelijke motieven ten grondslag. Nu uit de stukken blijkt dat het bouwvlak verkleind is ten opzichte van het vorige bestemmingsplan en dat het plan niet meer dan één bouwlaag met kap toestaat, evenals in het vorige bestemmingsplan, heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat bij de grootte van de woning en de bouwhoogten voldoende rekening is gehouden met de woningen in de naaste omgeving. De Afdeling ziet derhalve, mede gelet op de voorgeschiedenis van het plan, geen aanleiding voor het oordeel dat de raad bij de afweging van belangen een groter gewicht aan de belangen van [appellanten] had moeten toekennen dan aan de belangen die met dit plan aan de orde zijn. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat er geen recht op een blijvend vrij uitzicht bestaat.