Uitspraak
201006731/1/M3, tot bescherming van de bewoners van de te bouwen woningen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout stelde bij besluit van 11 oktober 2010 hogere geluidgrenswaarden vast voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege twee wegen voor nieuw te bouwen woningen op de locatie Bayens te Oosterhout. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door omwonenden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en overwoog dat het besluit noodzakelijk was voor de ontwikkeling van maximaal 84 woningen, waardoor de Crisis- en herstelwet van toepassing was. De appellanten voerden aan dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar alternatieve geluidreducerende maatregelen en dat het akoestisch onderzoek ondeugdelijk was.
De Raad van State oordeelde dat de regeling in de Wet geluidhinder primair de belangen van toekomstige bewoners van de nieuwbouw beschermt en niet die van omwonenden die niet in de nieuwbouw komen te wonen. Aangezien appellanten niet tot deze groep behoorden en het bestemmingsplan geen uitbreiding van wegen mogelijk maakte die hun woonsituatie zou verslechteren, was het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het beroep werd derhalve verworpen en het besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van hogere geluidgrenswaarden voor nieuwbouw woningen op locatie Bayens te Oosterhout is ongegrond verklaard.