Uitspraak
200704906/1) wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200701639/1) is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever in de zin van de Wav om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of aan de voorschriften van die wet wordt voldaan. [appellante] is weliswaar met [naam bedrijf] schriftelijk overeengekomen dat zij uitsluitend gebruik zou maken van legale arbeidskrachten, maar onbestreden is dat [appellante] op geen enkele wijze zelf heeft gecontroleerd of de vreemdelingen gerechtigd waren om voor haar werkzaamheden te verrichten. Onder die omstandigheden is van het ontbreken dan wel een verminderde mate van verwijtbaarheid geen sprake. Hetgeen [appellante] heeft gesteld over wie civielrechtelijke aansprakelijk is, is, wat daar verder ook van zij, in dit verband niet van belang.
201004060/1/V6) bevat artikel 5:20 van Pro de Awb, gelet op de bewoordingen en de geschiedenis van de totstandkoming van dit artikel, slechts een inspanningsverplichting voor de werkgever, die ziet op het verstrekken van inlichtingen teneinde alsnog de identiteit van de werkende te kunnen vaststellen. De beantwoording van de vraag of is voldaan aan de vordering op grond van artikel 5:20, eerste lid, van de Awb, dient te worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de vordering en niet op de feiten en omstandigheden die in aanmerking moeten worden genomen bij de beantwoording van de vraag of de artikelen 2, eerste lid, of 15, tweede lid, van de Wav zijn overtreden.