Uitspraak
201006479/1/T1/M2, hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen zes weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 20 mei 2010 te herstellen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug verleende op 20 mei 2010 deels een revisievergunning voor een veehouderij aan een locatie te Doorn. Appellante stelde dat het college niet deugdelijk had gemotiveerd dat de vereiste afstand van 50 meter tussen het dierenverblijf en een geurgevoelig object was nageleefd, zoals voorgeschreven in de Wet geurhinder en veehouderij.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak vast dat het college het motiveringsgebrek moest herstellen. Het college voerde aan dat de afstand was bepaald aan de hand van tekeningen en een meting ter plaatse, waarbij een afstand van 50,84 meter werd vastgesteld. Appellante voerde aan dat het college verkeerde uitgangspunten gebruikte, omdat de feitelijke situatie niet overeenkwam met de bouwtekening.
De Afdeling oordeelde dat het college bij de meting van de afstand was uitgegaan van de feitelijke situatie en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de meting onjuist was. Het motiveringsgebrek was daarmee hersteld. Desondanks werd het besluit vernietigd vanwege de eerdere ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van 20 mei 2010 wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.