Uitspraak
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200704906/1) wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200704914/1), de inschrijving van de vreemdelingen in het handelsregister onvoldoende aanwijzing dat zij de werkzaamheden als zelfstandigen verrichtten en is het daarop gebaseerde vertrouwen geen omstandigheid die tot matiging van de boete aanleiding geeft. De door de Belastingdienst afgegeven vaststelling belastingplicht behelsde een voorlopig oordeel, zodat deze voorlopige vaststelling reeds hierom geen aanleiding kon vormen voor [appellant] om redelijkerwijs te veronderstellen dat de vreemdelingen de werkzaamheden in dit geval als zelfstandigen verrichtten. De enkele stelling dat de vreemdelingen op gebruikelijke tijden hebben gewerkt en een marktconform salaris is betaald, biedt onvoldoende grond voor het oordeel dat [appellant] aannemelijk heeft gemaakt dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om overtreding van de Wav te voorkomen. De rechtbank heeft terecht geconcludeerd dat geen sprake is van het ontbreken, dan wel een verminderde mate van verwijtbaarheid.