Uitspraak
201105167/2/H3, waar een vergelijkbaar verzoek voorlag, heeft de voorzitter overwogen dat geen spoedeisend belang bestaat dat het treffen van de verzochte voorlopige voorziening rechtvaardigt, aangezien GAE geen werkzaamheden zal uitvoeren, totdat de Afdeling in zaak nr. 201003555/1/R1 uitspraak heeft gedaan. De voorzitter ziet thans geen aanleiding voor een ander oordeel. Dat, zoals VOLE stelt, de directeur van GAE heeft gezegd dat direct na de uitspraak in zaak nr. 201003555/1/R1 wordt begonnen met de kap van bomen, doet er niet aan af dat op dit moment geen werkzaamheden worden uitgevoerd.