Uitspraak
200905930/1.
Raad van State
Het geschil betreft de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Castricum om vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het oprichten van een woning op een perceel in Castricum. Het bestemmingsplan "De Zanderij" is van toepassing, waarbij het perceel de bestemming "Eengezinshuizen in open bebouwing met bijbehorende erven" heeft met een bebouwingsoppervlak.
De appellanten betoogden onder meer dat het perceel niet de genoemde bestemming heeft en dat het bebouwingsoppervlak ontbreekt, evenals dat het bouwplan niet binnen de planvoorschriften past vanwege de minimale breedte-eis. De rechtbank stelde echter vast dat het perceel wel degelijk de woonbestemming heeft en dat het bebouwingsoppervlak op de plankaart is aangegeven. Het college heeft vervolgens vrijstelling verleend voor de breedte en goothoogte, conform artikel 16 van Pro de planvoorschriften.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college binnen haar beleidsvrijheid tot het besluit kon komen. De appellanten konden niet aantonen dat het college onredelijk heeft gehandeld of dat het besluit ondeugdelijk is gemotiveerd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.