Uitspraak
200908415/1/T1/H2) zijn de vermelde termijnen in artikel 7:10 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) termijnen van orde. Bij overschrijding van die termijnen kan tegen het niet tijdig nemen van een besluit beroep bij de rechtbank worden ingesteld. Overschrijding van de termijnen betekent daarom niet dat de beslissing reeds op die grond voor vernietiging in aanmerking komt. Er is geen wettelijk voorschrift dat bepaalt dat in een dergelijk geval het desbetreffende besluit niet in stand kan blijven. [appellante] had desgewenst tegen het uitblijven van het besluit op bezwaar kunnen opkomen op grond van het bepaalde in artikel 6:2, aanhef en onder b, en artikel 6:12 van Pro de Awb.
201003432/1/H2, geoordeeld dat uit artikel 7, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awir, volgt dat de Belastingdienst ter bepaling van de draagkracht bij de vaststelling van het recht op kinderopvangtoeslag gehouden is om uit te gaan van het verzamelinkomen zoals vastgesteld door de inspecteur voor de inkomstenbelasting, zoals in de aanslag inkomstenbelasting is opgenomen. Deze bepalingen laten de Belastingdienst, anders dan [appellante] betoogt, niet de ruimte om bij het bepalen van de hoogte van het toetsingsinkomen rekening te houden met het verrekenbaar verlies. Voor zover [appellante] het niet eens is met de vastgestelde hoogte van het verzamelinkomen, dient zij zich te wenden tot de inspecteur voor de inkomstenbelasting.