Uitspraak
200803966/1, overwogen dat de bestemming "Recreatiedoeleinden" niet hoeft te worden uitgelegd volgens de veronderstelde opvatting van de planwetgever ten tijde van de totstandkoming van het uitbreidingsplan en herzieningsplan. De enkele omstandigheid dat het herzieningsplan op 28 maart 1961 is vastgesteld biedt geen grond voor het tegendeel. Daar komt nog bij dat niet valt uit te sluiten dat de planwetgever, anders dan de stichting betoogt, met de recreatiebestemming ook het oog heeft gehad op golfbanen, nu uit de toelichtingen op het uitbreidingsplan en herzieningsplan valt af te leiden dat de planwetgever heeft beoogd de aanleg van grote recreatiegebieden met daarin onder meer sportterreinen mogelijk te maken en ten tijde van de totstandkoming van het uitbreidingsplan en het herzieningsplan reeds golfbanen in gebruik waren in Nederland. De rechtbank heeft, gelet op het voorgaande, met juistheid geoordeeld dat golfbanen onder het begrip "Recreatiedoeleinden" kunnen worden begrepen.