ECLI:NL:RVS:2011:BU9454
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vergoeding griffierecht na intrekking hoger beroep
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden die zijn beroep ongegrond verklaarde. Appellant had eerder zijn hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van het betaalde griffierecht op grond van artikel 8:41, vierde lid, Awb.
Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen weigerde aanvankelijk de vergoeding toe te kennen en stelde het verzoek aan totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak zou doen over het verzoek om proceskostenveroordeling. De Afdeling wees dit verzoek af omdat het college niet aan appellant tegemoet was gekomen.
Vervolgens stuurde het college een brief waarin werd gesteld dat het griffierecht betaald zou worden, maar de rechtbank oordeelde dat dit een afwijzing van het verzoek betekende. De Afdeling stelt nu vast dat deze zinsnede abusievelijk in de brief was opgenomen en bevestigt dat het college het verzoek tot vergoeding terecht heeft afgewezen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.