Uitspraak
201003064/1/T1/R2, heeft de Afdeling de staatssecretaris opgedragen om binnen drie maanden na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het aanwijzingsbesluit van 23 december 2009 te herstellen.
Raad van State
Bij besluit van 23 december 2009 wees de minister het Elperstroomgebied aan als speciale beschermingszone op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Habitatrichtlijn. LTO Noord en anderen stelden beroep in tegen dit besluit vanwege onvoldoende motivering van de gebiedsuitbreiding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en gaf de staatssecretaris opdracht dit te herstellen. De staatssecretaris leverde een nadere motivering waarin hij de noodzaak van de uitbreiding met circa 220 hectare onderbouwde met ecologische redenen, waaronder het behoud en de uitbreiding van diverse habitattypen.
LTO Noord betwistte de motivering, stellende dat de toegevoegde gronden geen relevante habitattypen bevatten en dat alternatieven voor gebiedsuitbreiding onvoldoende waren onderzocht. De Afdeling achtte de nadere motivering uiteindelijk voldoende en aannemelijk dat de uitbreiding noodzakelijk is voor het behalen van instandhoudingsdoelstellingen.
Desondanks oordeelde de Afdeling dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering en vernietigde het besluit. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter volledig in stand. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan LTO Noord en anderen.
Uitkomst: Het besluit tot aanwijzing van het Elperstroomgebied als speciale beschermingszone is vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven volledig in stand.