ECLI:NL:RVS:2011:BU9472

Raad van State

Datum uitspraak
28 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200907617/41/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.8 Wet ruimtelijke ordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanwijzingen college over bestemmingsplan Buitengebied 2008

Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant gaf op 25 augustus 2009 aan de raad van de gemeente Baarle-Nassau aanwijzingen over het bestemmingsplan "Buitengebied 2008". Hiertegen stelde appellant beroep in bij de Raad van State. Tijdens de procedure overleed appellant, waarna zijn erfgenamen niet binnen de gestelde termijn aangaven het beroep te willen voortzetten.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het procesbelang van het beroep daardoor was komen te vervallen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak, in aanwezigheid van de ambtenaar van staat, op 28 december 2011.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voortzetten door de erfgenamen na overlijden appellant.

Uitspraak

200907617/41/R3.
Datum uitspraak: 28 december 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant],
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 25 augustus 2009, kenmerk 1563973/1573347, heeft het college aan de raad van de gemeente Baarle-Nassau een aantal aanwijzingen gegeven als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening met betrekking tot het door de raad bij besluit van 16 juli 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied 2008".
Tegen dit besluit heeft onder meer [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 oktober 2009, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht. [appellant] heeft zijn zienswijze daarop naar voren gebracht.
De Afdeling heeft de zaak, wat betreft het beroep van [appellant], ter zitting behandeld op 1 september 2011, waar de raad en het college zich hebben doen vertegenwoordigen.
Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het beroep van [appellant] afgesplitst van de overige beroepen en het onderzoek in zoverre heropend.
2. Overwegingen
2.1. Ter zitting is gebleken dat [appellant] is overleden. De erfgenamen van [appellant] hebben niet binnen de door de Afdeling aan hen gestelde termijn aangegeven dat zij het beroep willen voortzetten. Gelet hierop is aan dit beroep het procesbelang komen te ontvallen. Het beroep is niet-ontvankelijk.
2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.I. Breunese-van Goor, ambtenaar van staat.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Breunese-van Goor
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 28 december 2011
208.