ECLI:NL:RVS:2011:BU9586
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat terugkeerbesluit vereist is voor vrijheidsontneming na toegangsweigering vreemdeling
De zaak betreft een vreemdeling die de toegang tot Nederland is geweigerd en vervolgens een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd. De rechtbank had geoordeeld dat het besluit tot toegangsweigering impliceert dat een terugkeerprocedure is begonnen, zodat een afzonderlijk terugkeerbesluit niet vereist is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt echter dat toegang en terugkeer onderscheiden moeten worden. Volgens de Terugkeerrichtlijn dient een terugkeerbesluit expliciet te worden genomen om een terugkeerprocedure te starten. Een besluit tot weigering van toegang bevat niet de verplichting tot terugkeer en kan daarom niet als terugkeerbesluit gelden.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen het vrijheidsontnemende besluit gegrond. Tevens kent zij een vergoeding toe voor de periode van vrijheidsontneming en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en de noodzaak dat de rechtspositie van de vreemdeling, met name de terugkeerverplichting, uitdrukkelijk kenbaar wordt gemaakt in een terugkeerbesluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het vrijheidsontnemende besluit toegewezen.