ECLI:NL:RVS:2011:BV0391
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel Fayli-Koerd
De zaak betreft het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het besluit van de minister van Justitie tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel van een vreemdeling, afkomstig uit de provincie Kirkuk in Irak, had vernietigd. De vreemdeling voerde aan dat hij als Fayli-Koerd een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Irak, op grond van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de situatie in Kirkuk niet uitzonderlijk was en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij op individuele gronden bescherming kon krijgen. De minister stelde dat de veiligheidssituatie in Kirkuk niet wezenlijk verslechterd was en dat er geen gericht geweld tegen Fayli-Koerden als groep was.
De Raad van State oordeelt dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat de situatie in Kirkuk niet uitzonderlijk is en dat er geen aanwijzingen zijn dat Fayli-Koerden systematisch worden blootgesteld aan onmenselijke behandeling. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.