ECLI:NL:RVS:2011:BV0413
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over medische uitzetting vreemdelingen wegens onvoldoende betrokkenheid verklaring behandelaars
De Raad van State behandelde het hoger beroep tegen de vernietiging door de rechtbank van besluiten van 17 september 2009 waarin de staatssecretaris van Justitie de toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 op drie vreemdelingen had afgewezen. De rechtbank had deze besluiten vernietigd omdat de staatssecretaris zich onvoldoende had vergewist van de naleving van de door het Bureau Medische Advisering (BMA) gestelde vereisten voor uitzetting, met name de overdracht aan een psychiater op het vliegveld.
De Raad van State oordeelde dat de minister aan zijn vergewisplicht had voldaan door inzicht te geven in de afspraken met behandelaars en instellingen in Pakistan en de toezegging dat uitzetting niet zou plaatsvinden indien overdracht niet mogelijk was. Wel was het onjuist dat de minister de verklaring van de behandelaars van 24 juli 2009 niet bij de besluiten had betrokken, wat een schending van de zorgvuldigheidsbeginsel opleverde.
De Raad vernietigde daarom de besluiten van 17 september 2009, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand blijven op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De besluiten tot afwijzing van toepassing artikel 64 Vw 2000 worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.