ECLI:NL:RVS:2012:3
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van niet-ontvankelijk verklaard hoger beroep in vreemdelingenzaak
De minister heeft op 18 juli 2012 een besluit genomen waarin de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden van het beroep niet tijdig waren ingediend.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het beroepschrift en de gronden van het beroep wel tijdig waren ingediend binnen de wettelijke termijn van vier weken, ook al was de zaak versneld behandeld. Hierdoor was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten van het hoger beroep vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is vernietigd en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank.