ECLI:NL:RVS:2012:5
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling medische noodsituatie bij uitzetting vreemdeling op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die een besluit van de minister tot afwijzing van een aanvraag op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vernietigde. De vreemdeling had verzocht om uitzetting achterwege te laten vanwege haar medische toestand.
De rechtbank had het besluit vernietigd omdat zij oordeelde dat het medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) onvoldoende inzicht gaf in de vraag of het uitblijven van behandeling zou leiden tot een medische noodsituatie. De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte een te strenge toets hanteerde en dat het BMA-advies van 1 februari 2011, ondersteund door een nota van 24 maart 2011, voldoende inzichtelijk en concludent was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was en dat het verschil van inzicht tussen het BMA en de behandelaar niet leidt tot onjuistheid van het advies. Tevens werd bevestigd dat het uitblijven van behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn veroorzaakt, zodat geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die uitzetting zouden verhinderen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw 2000 blijft in stand.