ECLI:NL:RVS:2012:BV0585

Raad van State

Datum uitspraak
11 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201102107/1/R1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.G.J. Parkins-de Vin
  • A.J. Soede
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:2 WroArt. 6:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling bestemmingsplan De Dogger Zuid-West 2010

De raad van de gemeente Den Helder stelde op 13 december 2010 het bestemmingsplan 'De Dogger Zuid-West 2010' vast, dat nieuwbouw van het Gemini Ziekenhuis, herschikking van sportvelden en herinrichting van bedrijvigheid omvatte.

Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, maar steunde dit niet op een eerder ingediende zienswijze bij het ontwerpplan. De raad bracht bij vaststelling wijzigingen aan, waaronder aanpassing van dwarsprofielen van wegen en bouwvlakken.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant slechts tegen gewijzigde onderdelen mocht opkomen indien hij door die wijzigingen in een nadeliger positie was gekomen en hij een rechtvaardiging had voor het niet indienen van een zienswijze. Dit was niet het geval, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 januari 2012.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een vooraf ingediende zienswijze over de gewijzigde onderdelen.

Uitspraak

201102107/1/R1.
Datum uitspraak: 11 januari 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Den Helder,
en
de raad van de gemeente Den Helder,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "De Dogger Zuid-West 2010" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 februari 2011, beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 december 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door H.J. Winter, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het plan voorziet in de nieuwbouw voor het Gemini Ziekenhuis, het herschikken van bestaande sportvelden en het herinrichten van gronden onder andere ten behoeve van bedrijvigheid.
2.2. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, gelezen in samenhang met artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, kan door een belanghebbende slechts beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, voor zover dit beroep de vaststelling van plandelen, regels of aanduidingen betreft die de belanghebbende in een tegen het ontwerpplan naar voren gebrachte zienswijze heeft bestreden.
Dit is slechts anders voor zover bij de vaststelling wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerp en indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij ter zake geen zienswijze naar voren heeft gebracht.
2.3. Het beroep van [appellant] steunt niet op een bij de raad naar voren gebrachte zienswijze. De raad heeft het plan gewijzigd vastgesteld. Met de wijziging zijn dwarsprofielen van de doorgaande wegen in het plangebied, te weten de Doggersvaart en de Burgemeester Ritmeesterweg, als bijlage bij de planregels opgenomen en is de verbeelding in het zuiden van het plangebied aangepast, in die zin dat een extra bouwblok met de aanduiding "w" is opgenomen met een toegangsweg, dat de zuidelijke grens van drie bouwvlakken met twee meter is verschoven en dat ten aanzien van een perceel het bouwvlak, de maximale bebouwingshoogte en het bebouwingspercentage zijn aangepast. [appellant] kan slechts tegen de gewijzigde onderdelen opkomen en dan voor zover hij door de vaststelling van het plan in een nadeliger positie is komen te verkeren ten opzichte van het ontwerpplan. [appellant] is in zijn beroep niet tegen de gewijzigde onderdelen opgekomen. Verder heeft hij geen rechtvaardiging aangedragen op grond waarvan hem redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat.
w.g. Parkins-de Vin w.g. Soede
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2012
270-728.