Uitspraak
200804977/1), mogen burgemeester en wethouders, hoewel zij niet aan een welstandsadvies zijn gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hen berust, aan het advies doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont, dat zij dit niet - of niet zonder meer - aan hun oordeel omtrent de welstand ten grondslag hebben mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders, indien de aanvrager of een derdebelanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie, dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Ook die omstandigheid kan aanleiding geven tot het oordeel dat het besluit van burgemeester en wethouders in strijd is met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet of niet berust op een deugdelijke motivering.
200901648/1) kan uit de bewoordingen van artikel 5:50, eerste lid, gelezen in verbinding met het derde lid, van het BW niet zonder meer worden afgeleid dat, naast het rechtstreekse uitzicht, ook uitzicht dat niet rechtstreeks is, dient te worden begrepen onder het verbod van artikel 5:50, eerste lid, BW. De rechtbank heeft onder verwijzing naar deze uitspraak terecht geoordeeld dat geen sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Dat het in dat geval ging om een schutting van 1,8 meter hoogte en het pand zich niet in een rijksbeschermd stadsgezicht bevond doet daaraan niet af, omdat deze aspecten niet van belang zijn voor dit oordeel.