Uitspraak
201104887/1/H1ter zitting behandeld op 11 oktober 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. S.D. van Reenen, en het college, vertegenwoordigd door Y.A.M. Ekelschot, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghouder] als partij gehoord.
201005029/1), is het college voor de vaststelling van de parkeernormen niet verplicht om de parkeerkencijfers van het CROW over te nemen. Het heeft de vrijheid om in afwijking van deze cijfers eigen, op de plaatselijke situatie afgestemde, parkeernormen vast te stellen. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat in deze situatie een afstand van 300 m kan worden gehanteerd en dat binnen die afstand in voldoende parkeergelegenheid is voorzien.
200708648/1, met juistheid overwogen dat voor de vraag naar de noodzaak van een bedrijfswoning van belang is of de bedrijfsprocessen ter plaatse zoveel tijd en aandacht van de aanvrager opeisen, dat op grond daarvan een redelijk belang om op het perceel te wonen, aanwezig moet worden geacht. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat uit het rapport van Van Spronsen volgt dat het college een dergelijk belang voor [vergunninghouder] heeft mogen aannemen, zodat het zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat van strijd met artikel 13.4, onder a, van de planvoorschriften geen sprake is.