ECLI:NL:RVS:2012:BV1828

Raad van State

Datum uitspraak
25 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201100128/1/R1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T.G. Drupsteen
  • S. Zwemstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Ootmarsum-Centrum afgewezen

De raad van de gemeente Dinkelland stelde op 12 oktober 2010 het bestemmingsplan 'Ootmarsum-Centrum' vast. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de Raad van State, met name gericht tegen het plandeel dat het perceel bestemde tot 'Verkeer - Verblijf', omdat dit parkeren mogelijk maakt op zijn eigendom en volgens appellant gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert.

De raad stelde dat eigendomssituatie niet bepalend is voor bestemmingen en dat behoud van parkeervoorzieningen belangrijk is voor het centrum. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het plan overwegend conserverend is en dat het in redelijkheid mogelijk is dat parkeren blijft toegestaan. Er was geen bewijs dat parkeren ter plaatse de verkeersveiligheid schaadt.

De Afdeling vond geen reden om het standpunt van de raad onredelijk te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan 'Ootmarsum-Centrum' wordt ongegrond verklaard en de bestemming 'Verkeer - Verblijf' blijft gehandhaafd.

Uitspraak

201100128/1/R1.
Datum uitspraak: 25 januari 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant A] en [appellante B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Heilig Landstichting, gemeente Groesbeek,
en
de raad van de gemeente Dinkelland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Ootmarsum-Centrum" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 januari 2011, beroep ingesteld.
[appellant] heeft een nader stuk ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 december 2011, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door drs. G.J. Preuter-Brunnekreef en mr. L.J.H. Engelbertink, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het plan voorziet in een actuele planologische regeling voor de kern Ootmarsum, waarbij de bestaande situatie als uitgangspunt is genomen.
2.2. [appellant] kan zich niet verenigen met het plandeel voor het perceel [locatie] voor zover daaraan de bestemming "Verkeer - Verblijf" is toegekend. Ten onrechte blijven op grond van die bestemming ter plaatse parkeerplaatsen mogelijk. Daarbij voert [appellant] aan dat het desbetreffende perceelsgedeelte zijn eigendom is en dat parkeren ter plaatse een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert.
2.2.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de eigendomssituatie niet bepalend is voor het toekennen van bestemmingen. Voorts voert de raad aan dat voldoende parkeergelegenheid van grote betekenis is voor een aangenaam verblijf in het centrum van Ootmarsum en dat in dit verband belang wordt gehecht aan het behoud van de bestaande parkeervoorziening ter plaatse.
2.2.2. Aan een deel van het perceel [locatie] is de bestemming "Verkeer - Verblijf" toegekend.
Ingevolge artikel 9, lid 9.1, aanhef en onder a en c, van de planregels zijn de voor "Verkeer - Verblijf" aangewezen gronden bestemd voor wegen, straten, paden en parkeervoorzieningen.
2.2.3. Ingevolge de op grond van het vorige bestemmingsplan "Ootmarsum" op het perceel [locatie] rustende bestemming "Weg" waren ter plaatse parkeerplaatsen toegelaten.
2.2.4. Nu het plan overwegend conserverend van aard is, heeft de raad in redelijkheid het desbetreffende perceelsgedeelte zodanig kunnen bestemmen dat een parkeervoorziening ter plaatse mogelijk blijft. In dit verband is van belang dat niet is gebleken dat parkeren ter plaatse een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. De omstandigheid dat [appellant] eigenaar van het perceel [locatie] is, maakt het voorgaande niet anders.
2.3. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is ongegrond.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.
w.g. Drupsteen w.g. Zwemstra
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2012
91-675.