Uitspraak
200904964/1/H1), rust in beginsel op degene die een beroep doet op het overgangsrecht de plicht om aannemelijk te maken dat dit van toepassing is.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van De Bilt weigerde op 31 juli 2008 vrijstelling van het bestemmingsplan en een bouwvergunning voor het gedeeltelijk veranderen van voormalige paardenstallen op het perceel Kooijdijk 14 te Westbroek. Wegra Investment B.V., als rechtsopvolger van de oorspronkelijke aanvrager, stelde beroep in tegen deze weigering. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond, waarna Wegra hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het bouwwerk in 1995 zonder bouwvergunning was opgericht en dat het deels op de perceelgrens stond, wat in strijd is met het bestemmingsplan. De overgangsrechtelijke bepalingen laten slechts gedeeltelijke vernieuwing of verandering toe zonder vergroting van bestaande afwijkingen. Uit bewijsstukken bleek dat de oude schuur volledig was afgebroken en vervangen door het nieuwe bouwwerk, waardoor geen sprake was van gedeeltelijke vernieuwing.
Verder werd geoordeeld dat het college beleidsvrijheid heeft bij het verlenen van vrijstellingen en dat de massaliteit van het gebouw en het belang van derden bij een vrij uitzicht zwaarder wogen dan het belang van Wegra. Ook het betoog dat het college eerder had verzocht om een bouwvergunning werd verworpen, omdat dit geen voorbarige goedkeuring inhield. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om vrijstelling en bouwvergunning te verlenen wegens strijd met het bestemmingsplan en overgangsrecht.