ECLI:NL:RVS:2012:BV1845
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- C.J.M. Schuyt
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding tewerkstellingsvergunning Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde [appellante] een boete van €24.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) doordat zij vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid liet verrichten. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die de boete handhaafde, stelde [appellante] hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de vreemdelingen in dienst waren van een Pools bedrijf ([bedrijf C]) en de werkzaamheden onder toezicht en leiding van [appellante] verrichtten. Ondanks contractuele afspraken dat [appellante] geen werkgeversgezag zou uitoefenen, bleek uit de feitelijke situatie dat de werkzaamheden wezenlijk onderdeel van haar bedrijfsvoering vormden en dat zij instructies gaf over arbeidsomstandigheden. Dit kwalificeert als terbeschikkingstelling van werknemers in de zin van de Europese richtlijn 96/71/EG.
De Raad verwierp het betoog dat de tewerkstellingsvergunning niet vereist was vanwege grensoverschrijdende dienstverlening zonder terbeschikkingstelling. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het argument dat de vergunningplicht disproportioneel zou zijn, faalden. De notificatieregeling was in dit geval niet van toepassing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €24.000 wordt bevestigd.