Uitspraak
201105539/1/A2, waar het college, vertegenwoordigd door mr. P. Braamhaar, werkzaam bij de gemeente Hof van Twente, is verschenen.
Raad van State
Appellant heeft een verzoek ingediend om vergoeding van planschade wegens een vrijstelling voor het bouwen van 36 woningen nabij zijn perceel te Goor. Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college ten onrechte was uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 15 meter voor autoboxen op de tussenliggende gronden, terwijl de planologische bestemming 'Autoboxen' primair een doosvormige constructie voor het stallen van voertuigen impliceert met een maximale goothoogte van 3 meter en een oppervlakte van 20 m2. Hierdoor was de planvergelijking onjuist en was het planologisch nadeel niet uitgesloten.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant. Hiermee werd het beroep van appellant alsnog gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onjuiste planologische beoordeling.