ECLI:NL:RVS:2012:BV2451
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning horecabedrijf op grond van Wet bibob
Bij besluit van 30 november 2006 heeft de burgemeester de exploitatievergunning van een horecabedrijf in Amsterdam ingetrokken wegens ernstig gevaar dat de vergunning mede zou worden gebruikt voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten en het plegen van strafbare feiten. De burgemeester baseerde dit op adviezen van het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bureau bibob).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en kende haar een schadevergoeding toe. Appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State. Zij stelde onder meer dat zij niet in relatie stond tot strafbare feiten en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht mocht aannemen dat appellante in relatie stond tot personen die strafbare feiten hadden gepleegd, gezien de financiële en zakelijke banden, waaronder leningen en huurovereenkomsten. Het feit dat appellante niet zelf strafbare feiten had gepleegd, was niet relevant voor de toepassing van de Wet bibob.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat het hoger beroep niet gegrond werd verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.