Uitspraak
200804977/1) mag het dagelijks bestuur, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het dagelijks bestuur dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Laatstgenoemde omstandigheid kan aanleiding geven tot het oordeel dat het besluit van het college in strijd is met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet, zoals dit luidde ten tijde van belang, of niet berust op een deugdelijke motivering. Dit neemt echter niet weg dat een welstandsnota criteria kan bevatten die zich naar hun aard beter lenen voor beoordeling door een deskundige dan voor beoordeling door een aanvrager of derde-belanghebbende.
200906770/2/H1), wordt overwogen dat het dagelijks bestuur de mogelijkheid heeft om, desgewenst, vóór de behandeling ter zitting van het hoger beroep, een aanvullend welstandsadvies over te leggen ter nadere onderbouwing van zijn standpunt dat het bouwplan aan de juiste gebiedscriteria is getoetst en daaraan voldoet. Derhalve zal de Afdeling de brief van de welstandscommissie van 25 augustus 2011 bij haar oordeel betrekken.