Uitspraak
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200704906/1) wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200701639/1volgt dat het de verantwoordelijkheid van een werkgever is om, voordat de arbeid een aanvang neemt, na te gaan of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan. Dat, naar gesteld, de Arbeidsinspectie heeft geadviseerd om de vreemdeling de werkzaamheden als zelfstandige te laten verrichten, neemt niet weg dat het aan [appellante] was om zich ervan te vergewissen dat de vreemdeling in dit geval ook daadwerkelijk als zelfstandige overeenkomstig de geldende regelgeving kon worden aangemerkt. De gestelde toezegging leidt derhalve niet tot het oordeel dat de overtreding [appellante] in verminderde mate kan worden verweten. Dat [appellante] stelt naar eer en geweten te hebben gehandeld, maakt evenmin dat de boete dient te worden gematigd, nu voor overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav opzet geen vereiste is.