Uitspraak
200801444/1overwogen dat het gegeven dat naast de inrichting op het industrieterrein geen andere inrichtingen zijn gelegen dit niet anders maakt.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 4 oktober 2010 een revisievergunning aan een mengvoederfabriek te Ravenstein. [Appellant] stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de aanvraag onduidelijk was en dat de geur- en stofvoorschriften onvoldoende bescherming boden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep op 22 november 2011 en sprak op 1 februari 2012 uitspraak.
De Afdeling oordeelde dat de term "uurgemiddelde jaarconcentratie" in de geurvoorschriften onduidelijk was en dat de emissiegrenswaarde voor stof onterecht alleen op grof stof betrekking had. Deze onderdelen van het besluit werden vernietigd en herzien. Andere bezwaren, zoals onduidelijkheden in de aanvraag, beoordeling van geurbronnen, geluidhinder en externe veiligheid, werden afgewezen. De Afdeling concludeerde dat het college in redelijkheid had gehandeld en dat de vergunning voldoende waarborgen bood.
Ten slotte werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [appellant] en anderen, met een specificatie van de vergoedingen. De uitspraak leidt tot een gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep en aanpassing van de vergunningvoorschriften.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard, de geur- en stofvoorschriften van de vergunning zijn vernietigd en herzien, en het college is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.