ECLI:NL:RVS:2012:BV3172

Raad van State

Datum uitspraak
30 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201111659/2/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Laarstraat Budel

Bij besluit van 13 september 2011 stelde de raad van de gemeente Cranendonck het bestemmingsplan 'Ruimte voor Ruimte Laarstraat ongenummerd te Budel' vast. Verzoekers, bewoners van Budel, maakten bezwaar tegen dit plan en verzochten om een voorlopige voorziening omdat zij vreesden dat de bouw van een woning naast hun perceel de openheid en zichtlijnen van het landschap zou aantasten.

De voorzitter behandelde het verzoek op 18 januari 2012, waarbij zowel verzoekers als de raad werden gehoord. Verzoekers stelden dat het plan in strijd was met gemeentelijke beleidsregels en het Landschapsbeleidsplan, met name vanwege aantasting van zichtlijnen en het karakter van het landschap.

De raad betoogde dat het plan juist in overeenstemming is met het beleid, omdat de woning aansluitend aan bestaande bebouwing wordt gerealiseerd en de openheid van het akkercomplex behouden blijft. De voorzitter oordeelde dat het plan niet in strijd is met de beleidsregels en dat het verzoek om schorsing onvoldoende gronden biedt.

Daarom wees de voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 30 januari 2012.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan wordt afgewezen.

Uitspraak

201111659/2/R3.
Datum uitspraak: 30 januari 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Budel, gemeente Cranendonck,
en
de raad van de gemeente Cranendonck,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Ruimte voor Ruimte Laarstraat ongenummerd te Budel" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 november 2011, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 november 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 januari 2012, waar [verzoeker A] en [verzoeker B], bijgestaan door mr. B. de Jong, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door drs. V. Herzberg en drs. M. Janssen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende] als belanghebbende gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan maakt de oprichting van een ruimte voor ruimte woning mogelijk op een perceel naast de woning van [verzoeker].
2.3. [verzoeker] voert aan dat het plan in strijd is met de Beleidsregels Ruimte voor Ruimte gemeente Cranendonck 2009 en met het Landschapsbeleidsplan van de gemeente, omdat bij realisering van het plan zichtlijnen worden doorbroken en de openheid van het akkercomplex waarin het plangebied is gelegen wordt aangetast. Hij vreest voor onomkeerbare gevolgen indien het plan niet wordt geschorst omdat reeds een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een woonhuis met garage op het perceel is aangevraagd.
2.4. De raad betoogt dat het plan niet in strijd is met het beleid van de gemeente. Kern van het ruimte voor ruimte beleid is dat ten behoeve van een ruimtelijke verbetering elders wordt gezocht naar een passende locatie om een woning op te richten. Bij het zoeken naar een locatie worden de beleidsregels in acht genomen en wordt per geval maatwerk toegepast. In dit geval is ervoor gekozen de te realiseren woning te situeren aansluitend aan de bestaande bebouwing om voor het overige de openheid en de zichtlijnen te behouden, aldus de raad.
2.5. In de beleidsregels staat onder meer dat de bouw van een ruimte voor ruimte woning zoveel mogelijk dient aan te sluiten op de bestaande bebouwing in de omgeving. In zoverre is de keuze om de te realiseren woning te laten aansluiten bij de bestaande bebouwing niet in strijd met het beleid. Dat, zoals [verzoeker] stelt, het plan niet voldoet aan het in de beleidsregels opgenomen uitgangspunt dat de situering van een nieuwe woning binnen een cluster waar mogelijk de voorkeur heeft boven plaatsing naast of aan de rand van een cluster vormt - wat daar van zij - geen grond voor een ander oordeel, reeds omdat dit uitgangspunt in de beleidsregels niet absoluut is geformuleerd. Voorts maakt het plan de bouw van een woning naast de woning van [verzoeker] en tegenover enkele bestaande woningen aan de andere kant van de Nieuwedijk mogelijk, zodat het niet gaat om een solitaire woning waarvoor de in de beleidsregels en door [verzoeker] genoemde richtlijn over de minimale afstand tot de bestaande bebouwing geldt. Ook is de ingevolge artikel 4, lid 4.2.2, van de planregels toegestane bouwhoogte van 9 meter voor hoofdgebouwen niet in strijd met de beleidsregels, nu daarin de maximale nokhoogte voor ruimte voor ruimte woningen op 10 meter is gesteld.
Op pagina 55 van het Landschapsbeleidsplan staat dat bebouwing geconcentreerd dient te blijven in de nederzettingen en aan de rand van de akkercomplexen in de vorm van lintvormige buurtschappen om de openheid van de akkercomplexen te behouden. Gelet op de in de toelichting bij het plan opgenomen luchtfoto's van de locatie van het plangebied heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan hiermee in overeenstemming is. Wat [verzoeker] heeft aangevoerd vormt geen grond voor het oordeel dat de raad zich in de toelichting en in de Nota zienswijzen niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de te realiseren woning het karakteristieke beeld van de aanwezige kransakker zal versterken omdat deze samen met de bestaande woningen een lint rondom het akkercomplex Schoordijk vormt.
Naar aanleiding van het betoog van [verzoeker] dat de te realiseren woning het aanwezige landschapstype zal aantasten omdat het plangebied is gelegen aan een historische onverharde weg en de te realiseren woning daarop zal uitwegen, heeft de raad ter zitting toegelicht dat het plangebied gedeeltelijk aan de zandweg en gedeeltelijk aan de Nieuwedijk is gelegen. Met het oog daarop is een anterieure overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat het perceel ontsloten dient te worden op de Nieuwedijk.
2.6. Gelet op het bovenstaande ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in de bodemprocedure niet in stand zal blijven. Ook hetgeen overigens nog door [verzoeker] is aangevoerd, vormt daarvoor geen grond. De voorzitter ziet, mede gelet op de betrokken belangen, geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek dient te worden afgewezen.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van staat.
w.g. Hagen w.g. Pikart-van den Berg
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2012
413.