Uitspraak
200201760/1), kunnen aan de ruimtelijke onderbouwing van een project minder zware eisen worden gesteld, naarmate de inbreuk van dat project op het bestaande planologische regime kleiner is.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk verleende op 29 oktober 2008 vrijstelling en een bouwvergunning voor de bouw van zes seniorenappartementen op het perceel Hooge Berkt 16 te Bergeijk. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 2 juni 2009 ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college een nieuw besluit nam dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
Appellant voerde aan dat het college ten onrechte vrijstelling verleende van een niet-actueel bestemmingsplan, onvoldoende onderzoek had gedaan naar effecten op flora, fauna, luchtkwaliteit en omliggende bedrijvigheid, en zijn belangen onvoldoende had meegewogen. De Raad van State oordeelde dat het college beleidsvrijheid heeft en dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat vrijstelling werd verleend van het juiste bestemmingsplan. De ruimtelijke onderbouwing was toereikend gezien de geringe planologische inbreuk.
Verder was de verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten geldig en was er geen aanleiding voor nader onderzoek naar milieu-effecten of alternatieven. De belangen van appellant waren voldoende meegewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is ongegrond verklaard en het besluit tot vrijstelling en bouwvergunning bevestigd.