ECLI:NL:RVS:2012:BV5053

Raad van State

Datum uitspraak
6 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201110899/2/A1 en 201111999/2/A1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen bouwvergunning onderwijsinstelling te Heerlen

Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft op 18 januari 2011 vrijstelling en een bouwvergunning verleend aan Stichting Arcus College voor het realiseren van twee onderwijsvestigingen op de percelen Nieuw Eyckholt 302 en Valkenburgerweg 148 te Heerlen. Verzoekers, inwoners van Heerlen, hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank, welke niet-ontvankelijk werden verklaard. Hiertegen zijn hoger beroepen ingesteld bij de Raad van State.

De verzoekers hebben vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om de uitvoering van de bouwvergunningen te schorsen, uit vrees voor onomkeerbare situaties door reeds aangevangen bouwwerkzaamheden op het perceel Valkenburgerweg 148. De voorzitter heeft de verzoeken behandeld op 27 januari 2012, waarbij partijen zijn gehoord.

De voorzitter overweegt dat voor het perceel Nieuw Eyckholt 302 geen spoedeisend belang bestaat omdat de bouw pas eind 2012 zal starten en de bodemprocedure eerder zal worden behandeld. Voor het perceel Valkenburgerweg 148 is ondanks mogelijke hinder voor de verzoekers onvoldoende aannemelijk dat het college onrechtmatig heeft gehandeld, gelet op diens beleidsvrijheid en de onderliggende rapporten.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Dit oordeel is voorlopig en bindt niet in de bodemprocedure.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen bouwvergunningen wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en beleidsvrijheid van het college.

Uitspraak

201110899/2/A1 en 201111999/2/A1.
Datum uitspraak: 6 februari 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van:
1. [verzoeker sub 1], wonend te Heerlen,
2. [verzoeker sub 2] en anderen, wonend te Heerlen,
verzoekers,
tegen de uitspraken van de rechtbank Maastricht van respectievelijk 2 september 2011 in zaak nr. 11/640 en 5 oktober 2011 in zaak nr. 11/385 in de gedingen tussen:
[verzoeker sub 1],
[verzoeker sub 2] en anderen
en
het college van burgemeester en wethouders van Heerlen.
1. Procesverloop
Bij besluiten van 18 januari 2011, voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, heeft het college aan de stichting Stichting Arcus College vrijstelling en bouwvergunning eerste fase verleend voor het realiseren van twee vestigingen van een onderwijsinstelling op de percelen Nieuw Eyckholt 302 en Valkenburgerweg 148 te Heerlen.
Bij uitspraak van 2 september 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [verzoeker sub 1] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker sub 1] bij fax, bij de Raad van State ingekomen op 11 oktober 2011, hoger beroep ingesteld. [verzoeker sub 1] heeft zijn hoger beroep aangevuld bij brief van 8 november 2011. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 december 2011, heeft [verzoeker sub 1] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 5 oktober 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [verzoeker sub 2] en anderen daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben [verzoeker sub 2] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 november 2011, hoger beroep ingesteld. [verzoeker sub 2] en anderen hebben hun hoger beroep aangevuld bij brief van 12 december 2011. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 december 2011, hebben [verzoeker sub 2] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 27 januari 2012, waar [verzoeker sub 1], bijgestaan door mr. M. van Hoorne, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.A.L. Devoi en mr. M.C.T. Linders, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voort is ter zitting de Stichting Arcus College, vertegenwoordigd door R.E. Riedijk, bijgestaan door mr. J.L. Stoop, advocaat te Roermond, gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. De verzoeken strekken tot schorsing van de besluiten van 18 januari 2011 totdat in de hoofdzaken uitspraak is gedaan teneinde te voorkomen dat een onomkeerbare situatie ontstaat. Aan deze verzoeken is ten grondslag gelegd dat de Stichting Arcus College een aanvang heeft gemaakt met de voorbereidende werkzaamheden voor de bouw van het schoolgebouw op het perceel Valkenburgerweg 148.
2.3. Het college en de Stichting Arcus College hebben ter zitting onbetwist gesteld dat de bouwwerkzaamheden op het perceel Nieuw Eyckholt 302 pas eind 2012 zullen beginnen. Nu te verwachten valt dat de hoofdzaken voordien op een zitting van de Afdeling zullen worden behandeld, is met de verzoeken, voor zover die zien op de vrijstelling en bouwvergunning voor de vestiging op het perceel Nieuw Eyckholt 302, reeds hierom geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
2.4. Voor zover de verzoeken zien op de verleende vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van de vestiging op het perceel Valkenburgerweg 148 overweegt de voorzitter het volgende.
Hoewel gelet op de ruimtelijke uitstraling van dit bouwplan niet geheel valt uit te sluiten dat de Afdeling in de bodemprocedures tot een ander oordeel zal komen dan de rechtbank en de aangevallen uitspraak niet in stand zal blijven, ziet de voorzitter geen aanleiding tot inwilliging van de verzoeken. Immers, als ervan zou moeten worden uitgegaan dat verzoekers door de bestreden besluiten wel rechtstreeks in hun belangen zijn getroffen, is in dit geval, gelet op de aan het college toekomende beleidsvrijheid, op voorhand onvoldoende aannemelijk dat het college bij afweging van de betrokken belangen geen vrijstelling en bouwvergunning voor realisering van het bouwplan heeft mogen verlenen, ook als ervan wordt uitgegaan dat [verzoeker sub 2] en anderen en [verzoeker sub 1] hinder van de voorziene vestiging op het perceel Valkenburgerweg 148 zullen ondervinden. Bij zijn voorlopig oordeel heeft de voorzitter de van de zijde van het college overgelegde en aan de vrijstelling ten grondslag liggende rapporten in aanmerking genomen.
2.5. Onder deze omstandigheden en na afweging van de betrokken belangen worden de verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, ambtenaar van staat.
w.g. Polak w.g. Deen
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2012
604.