ECLI:NL:RVS:2012:BV5060
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.J. Deen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake permanente bewoning recreatiewoning te Epe
Het college van burgemeester en wethouders van Epe legde bij besluit van 16 december 2009 aan de wederpartij een last onder dwangsom op om de permanente bewoning van een recreatiewoning te beëindigen. De wederpartij maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 5 juli 2010 werd afgewezen. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit en herroept het dwangsombesluit.
Het college stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat de wederpartij de recreatiewoning als hoofdverblijf bewoonde, mede gelet op de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) sinds 2004 en het ontbreken van overtuigend tegenbewijs. De rechtbank had dit niet onderkend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. Hiermee werd bevestigd dat het college bevoegd was handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van de recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en het college mocht handhavend optreden tegen permanente bewoning van de recreatiewoning.