Uitspraak
201104223/1/H4) mag van de eigenaar van een pand dat in strijd met de bestemming als hennepkwekerij wordt gebruikt, worden gevergd dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het door hem verhuurde pand wordt gemaakt. Hij dient aannemelijk te maken dat hij niet wist en niet kon weten dat de woning als hennepkwekerij werd gebruikt. Het had op de weg van de eigenaar gelegen om het gebruik van het verhuurde pand te controleren. Nu ter zitting bij de rechtbank is verklaard dat verhuurders na het sluiten van de huurovereenkomst nooit bij het pand zijn geweest en ter zitting bij de Afdeling is verklaard dat de huur contant bij de deur van het pand in ontvangst werd genomen, zijn hierover tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Wat hier ook van zij, bij betreding van het pand, dat geblindeerd was en niet in gebruik was genomen als woning, zou de hennepkwekerij direct zijn ontdekt. [appellanten] hebben onvoldoende ondernomen om zich te informeren over het gebruik van het pand en hebben niet de vereiste zorgvuldigheid in acht genomen. Weliswaar hebben zij een huurovereenkomst en een kopie van het legitimatiebewijs overgelegd, maar geen salarisstrook van de huurder en een regelmatige administratie van de ontvangst van de huur. Zij hebben derhalve geen toereikende administratie gevoerd. Daar komt bij dat een deel van de huurpenningen contant werd betaald, hetgeen extra aandacht van de verhuurder vereist. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat [appellanten] niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet konden weten dat de woning als hennepkwekerij werd gebruikt.