Uitspraak
200702672/1) is bij de vaststelling van de omvang van een bouwperceel de actuele situatie bepalend, waarbij in beginsel wordt uitgegaan van kadastrale percelen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde op 13 februari 2009 de bouwvergunning voor het oprichten van een bedrijfspand met showrooms, kantoren en een parkeergarage op het perceel Binckhorstlaan 176 te Den Haag. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 11 november 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de appellanten ongegrond op 9 februari 2011.
De appellanten stelden in hoger beroep dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan, omdat het perceel één bouwperceel vormt ondanks dat het op twee bestemmingsvlakken ligt, en dat het maximale bebouwingspercentage van 80% niet wordt overschreden. De Raad van State oordeelde dat het bouwplan inderdaad op één kadastraal perceel ligt en dat het maximale bebouwingspercentage niet wordt overschreden.
Verder stelde de Raad dat de aanleg van 22 parkeerplaatsen op maaiveldniveau toegestaan is omdat deze ten behoeve zijn van volumineuze detailhandel op aangrenzende gronden, en dat het college buiten de wettelijke beslistermijn is gebleven waardoor de bouwvergunning van rechtswege is verleend. Het besluit van 13 februari 2009 is daarom herroepen en het besluit van 11 november 2009 vernietigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het college om de bouwvergunning te weigeren wordt vernietigd en het bezwaar van de appellanten wordt gegrond verklaard.