Uitspraak
201102905/1, waar [appellant], vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp, en het college, vertegenwoordigd door
200808723/1/M1heeft de Afdeling dit besluit vernietigd.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Groningen heeft bij besluit van 29 april 2010 het zonder de vereiste milieuvergunning in werking zijn van een inrichting te Midwolde onder voorwaarden gedoogd en vijf lasten onder dwangsom opgelegd. Dit besluit werd gehandhaafd bij besluit van 2 november 2010, waartegen appellant beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college bevoegd was handhavend op te treden vanwege het ontbreken van een milieuvergunning, maar dat onder bijzondere omstandigheden gedogen mogelijk is, bijvoorbeeld bij concreet zicht op legalisatie. Het college ging ervan uit dat de milieuvergunning positief zou worden verleend en dat er zicht was op legalisatie, mede omdat een ontwerpbesluit tot vergunningverlening ter inzage lag.
Appellant voerde aan dat de gedoogtermijn te lang was, dat activiteiten in strijd waren met het bestemmingsplan, dat de voorwaarden onvoldoende bescherming boden tegen hinder en dat de dwangsommen te laag waren. De Afdeling verwierp deze gronden, oordeelde dat de voorwaarden duidelijk waren, dat de geluidgrenswaarden redelijk waren vastgesteld volgens de Handreiking industrielawaai, en dat de dwangsommen in redelijke verhouding stonden tot de overtredingen.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 15 februari 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het gedoogbesluit en de dwangsommen is ongegrond verklaard.