ECLI:NL:RVS:2012:BV6289
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing Terugkeerrichtlijn op vreemdeling na overdracht vanuit België
De vreemdeling werd op 25 november 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat hij vanuit België aan Nederland was overgedragen. De rechtbank had geoordeeld dat de Verordening (EG) 343/2003 van toepassing was, maar de Raad van State stelt dat dit onjuist was omdat de overdracht reeds had plaatsgevonden en de minister niet voornemens was de vreemdeling aan een andere lidstaat over te dragen.
De Raad bevestigt dat de Terugkeerrichtlijn van toepassing is op de vreemdeling en dat er daarom geen nieuw terugkeerbesluit nodig was na het verblijf in België. De vreemdeling had ook niet voldaan aan de terugkeerverplichting zoals opgenomen in een eerdere beschikking, omdat hij niet naar een land als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn was teruggekeerd.
Het hoger beroep van de vreemdeling wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de gronden. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en zijn er geen proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.