Uitspraak
200906091/1) is voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van vrijstelling in de weg staat, slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit.
200907477/1/H1), staat onder deze specifieke omstandigheden het feit dat een gedeelte van de gronden waarop het project is voorzien in eigendom is van [appellant], niet aan het verlenen van vrijstelling in de weg.