Uitspraak
200707051/1. Gelet op bovengenoemde planregel in samenhang bezien met de verbeelding maakt het plan bebouwing mogelijk aan één zijde tot tachtig centimeter van de perceelsgrens. In de planregels is niet gewaarborgd dat voorkomen wordt dat direct zicht bestaat op het perceel van [appellant]. Nu op grond van het bestemmingsplan de mogelijkheid bestaat dat op een afstand van minder dan twee meter tot de zijdelingse bouwperceelsgrens vanuit vensters, of andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke werken direct zicht bestaat op het perceel van [appellant], ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.